Naar Bryce Canyon
Vanochtend zaten we inderdaad al om 7 uur aan de ontbijtwafels. We lagen er gisteren vroeg in om vanmorgen vroeg naar het Zion Park te gaan. Erik wilde graag met Bernard een wandeling maken die de Angels Landing wordt genoemd, een best pittige trip over een vrij smalle kam in het park. De rest besloot zich daar niet aan te wagen en zou een andere wandeling, de Narrows, doen.
In het park was het allemaal supergoed geregeld. Je moet in het begin parkeren en dan een bus nemen die op verschillende plekken stopt. Onderweg wordt duidelijk uitgelegd waar je moet stoppen voor welke wandelingen, hoe lang ze zijn en hoe zwaar ze zijn. Nu kwamen we er wel achter dat de Amerikanen érg de neiging hebben om de zwaarte van de trails te overdrijven. De Angels Landing was wel pittig, maar beslist niet alleen voor ervaren hikers.
De Narrows wandeling was érg leuk. Je loopt langs een riviertje dat in een steeds nauwer wordende spleet tussen twee bergen loopt. Ook hier weer heel veel eekhoorntjes en extreem veel Nederlanders. Het was erg fijn dat we zo vroeg waren; het was nog lekker fris en tussen de bergen liepen we veelal in de schaduw. Wat wel een beetje jammer was, was dat we geen oude schoenen bij ons hadden. Op een gegeven moment moet je namelijk door het water van het, overigens heel ondiepe, riviertje verder de spleet in en dat hebben we dus niet gedaan. Op blote voeten leek ons gezien de rotsen toch niet zo'n goed plan.
Vervolgens stapten we in de bus richting Bryce Canyon, zo'n 200 km rijden. Het landschap is enorm verlaten. Af en toe rij je door een groepje stacaravans dat dan moet doorgaan voor een dorp, maar verder is het er leeg, leeg, leeg. We hebben een stukje om gereden om een late lunch te nemen in een piepklein plaatsje war het tankstation gekoppeld was aan een winkel en een Arby's. Een Arby's is een soort van alternatieve McDonalds, alleen hebben ze in plaats van burgers broodjes met roast beef, roast chicken en roast turkey, allemaal al dan niet met cheese en/of bacon. Was best goed te eten.
Ons hotel bij Bryce Canyon lag in een plaatsje zonder naam. Het bestond alleen uit lodges, een RV park en de bijbehorende winkeltjes en restaurant. Na de spullen te hebben uitgeladen en een kop koffie te hebben gedronken, besloten Alice en Erik naar het park te gaan om daar een korte wandeling te maken en de sunset te zien. De Utrechtse Titulaeren besloten naar de rodeoshow aan de overkant van de straat te gaan.
Ook de rodeoshow was geweldig. We zaten op een houten tribune met zicht op de mountains van Utah in de verte, het geluid van zoetige countrymuziek (en gebabbel van onze buren in het Nederlands en Frans) in onze oren en de geur van de paarden, koeien en schapen in onze neus. De show startte met vlagvertoon en het spelen van het Amerikaanse volklied, waarvoor iedereen moest gaan staan. Als appetizer werden er eerst wat ongetemde paarden getoond met op hun rug een meestal jonge cowboy's, die er doorgaans al snel werd afgegooid. Vervolgens begonnen de jonge kinderen (de jongste was een meisje van ongeveer vier jaar oud dat op een enorm groot paard reed, haar stijgbeugels lagen zo ongeveer op de rand van haar zadel) met proberen zo lang mogelijk te blijven zitten op de ruggen van jonge koeien en schapen. Ze hadden allemaal een helm op, een volwassene rende met ze me en meestal gleden ze er na een paar seconden al van af. De presentator vertelde hoe de kinderen heetten en van wie ze familie waren. De meeste bleken het nageslacht te zijn van beroemde rodeosterren! Daarna reden, vooral meisje, parcourtjes met de paarden en daarna was het echte cowboywerk aan de beurt. De mannen bestegen stieren die soms in hun box al enorm stonden te bokken. Het ging er ruig aan toe. Vooral leuk was hoe triomfantelijk de stieren wegrenden nadat ze hun belagers van de rug af hadden geworpen. Sommigen hadden het trouwens niet direct in de gaten dat hun rug weer leeg was, die bokten gewoon nog een poosje door.Het slot was lassowerpen vanaf de rug van een paard naar jonge koeien. Gelukkig voor de koetjes bleek dat heel moeilijk; er werden er maar een paar gevangen (en overigens ook bijna meteen weer bevrijd).
Na de show zagen we de onze bus met Erik en Alice erin al van verre aankomen, omdat Erik een fel geel shirt (een Barcelona uitshirt van een paar jaar geleden) droeg. Hij vertelde dat hij onderweg vanmorgen van een Amerikaanse jongen daar complimenten over had gehad. Ook Bernard vindt dit shirt práchtig, de anderen krijgen er een beetje pijn van aan hun ogen :-). Wellicht dat hier kleurenblindheid (zowel Bur als Eer) een rol speelt???? We gingen nog eventjes naar de shop voor wat magnetronburrito's en wat aardappelsalade voor het avondeten en doken daarna weer vroeg onze bedjes in. Er waren mensen bij die óók de sunrise wilden zien......
Naar Hurricane
Bij het inladen van de bus vanochtend bleken we, na de twee bezoeken aan de outlets, ineens toch over heel wat meer spullen te beschikken dan ervoor. Gelukkig is de bus echt groot en paste het nog wel. We vertrokken pas tamelijk laat, rond half elf. Iedereen wat nog een beetje brak van de wilde vorige nacht in Las Vegas.
We vetrokken richting het plaatsje Hurricane, nabij het Zion National Park. Onderweg deden we het Valley of Fire State Park aan. Dat was de moeite van het omrijden echt waard. Het is duidelijk waar de naam vandaan komt, de rotsen zijn er van een prachtige, vuurrode kleur. Heel, heel mooi. Maar wel weer erg warm, hier was het 105 graden Farhenheit.
Vervolg door Max:
Na een tijdje door de Valley of Fire hebben gereden gingen we stoppen om een kleine pauze te nemen. Bij het punt waar we stopten waren heel veel chipmunks (kleine, watervlugge grijsbruine eekhoorntjes die de staart plat op hun rug hebben) en een grote rots waar indianen op hadden getekend (meer dan 4000 jaar geleden). We gingen eerst wat chipmunks voeren (nepvoeren dan, we deden net of we eten naar ze gooiden, ze komen dan naar je hand) en daarna liepen we via een trap de rots op. Erik irriteerde er zich aan dat ook andere mensen op de rots hadden gekrast. Na deze pauze reden we verder naar een visitors point (bezoekers centrum) om een beetje meer over de geschiedenis van de Valley of Fire te leren, bijvoorbeeld dat het 500 miljoen jaar geleden een zee was. Daarna zijn we nog een paar keer gestopt om een paar foto's te nemen.
Vervolg door Brigitte:
Vervolgens reden we door naar Hurrica, hopende dat de naam van de plaats er geen eer aan zou doen. In Utah is er een uur tijdsverschil met Californië en Nevada, waardoor we er pas tegen 17.00 uur aan kwamen (het is er dus een uur later). Het plan om naar Zion te gaan werd daarom geschrapt: we gaan vanavond vroeg naar bed en gaan morgenochtend vroeg naar het park. Bernard en Alice reden naar de supermarkt en wat toevoegingn te kopen voor bij de restjes van gisteren en eergisteren en de rest vermaakte zich op de ds, de laptop en met de tv.
Las Vegas
Vanochtend konden we lekker een beetje rustig aan doen, we hebben immers twee nachten in het Desert Rose Resort. David en Simon hebben lekker uitgeslapen, maar hebben daardoor niet van hotelontbijt kunnen genieten, dat om 9.30 uur al werd opgeruimd. Veel gemist hebben ze echter niet, er waren noch wafels noch pancakes. Nadat de kleine jongens ontbeten haden met de spulletjes die we nog bij ons hadden, togen we naar de hotels die het dichtst bij het onze lagen.
We begonnen met het Luxor, een heel hotel helemaal in de stijl van het oude Egypte, compleet met sfinxen, farao's etc. etc. In het hotel was ook een tentoonstelling van de Titanic, niet erg passend in de entourage, maar wel erg leuk voor Simon. Om de tentoonstelling te bekijken hadden we geen tijd (en het was bovendien te duur) maar in de giftshop waren wel allemaal interessante dingen te zien. Simon ontdekte er een droomwens van hem: een zakhorloge in de stijl van het begin van de vorige eeuw. Dat wilde hij al heel lang! Hij heeft het van oma Alice gekregen; oh, wat hadden wij een blij jongetje!
Vervolgens gingen we binnendoor verder naar het hotel Excalibur (ridderstijl), naar New York New York (hé, waren we daar al niet eerder deze vakantie?) en tot slot naar het MGM Grand. In dit laatste hotel is een soort van regenwoud nagemaakt en zijn er ook échte, levende leeuwen. Leeuwen slapen echter 18 tot 20 uur per dag, wat helaas ook het geval was toen wij er waren. In de hotels vind je naast al die nagemaakte pracht en praal natuurlijk ook veel gokmachines en speeltafels. Daar mochten we echter met de jongens niet komen (Simon staat illegaal op de foto met een fruitmachine), daar moet je 21 jaar oud voor zijn.
Vervolgens gingen we terug naar het hotel, waar Erik en Bernard eieren met spek bakten in onze eigen keukens. Daarna vertrok een deel naar het hotelzwembad (David, Simon en Brigitte) en een deel naar wederom de outlet (Alice, Erik, Berand en Max). Kleding en schoenen zijn hier echt idioot goedkoop: merk T-shirts (Adidas en Nike) kosten zo'n € 7,- per stuk, merksportschoenen tussen de € 30,- en € 40,- en voor een paar euro meer heb je de stevige hikingboots die Erik en Bernard hebben gekocht. We hebben twee grote reistassen gekocht om al die spullen in te vervoeren. Het winkelgezelschap was pas erg laat terug van het shoppen: er stond een grote file op de Strip. Überhaupt is het, ondanks de hitte, idioot druk in Las Vegas, ook 's morgens al.
Na het avondeten (door Brigitte in de supersonische keuken bereidde zalm, worteltjes en aardappelpuree), gingen we naar de hotels die wat verder weg laten. We zetten de auto op een parkeerplaats bij een winkel en begonnen met het Bellagio, waar net de voorstelling met de spuitende fonteinen begon. Dat was zó prachtig. Het water spuit, soms gigantisch hoog, op de muziek van Celine Dione. David wilde het filmen en was erg teleurgesteld dat voor het einde van het stuk het bandje in de camera op was. Vervolgens liepen we, weer binnendoor naar het Ceasars Palace, een hotel in Romeinse stijl. Ook helemaal geweldig, o.a. met de Trevifontein helemaal levensgroot nagebouwd. Het is wel een beetje irritant dat je om er te komen eerst door ellenlange zalen met gokautomaten moet lopen. Ze hopen dat je onderweg naar het moois ergens zult zwichten en toch een gokje zult wagen. We hadden er inmiddels dus al een behoorlijk pittige wandeling op zitten.
Daarna stapten we weer in de auto om naar het Venetian te rijden. We parkeerden in de parkeergarage van een hotel in piratenstijl er vlak bij en namen daar eventjes een frappucino (ijskoffie) bij Starbucks. Vervolgens moesten we ons een weg banen tussen een grote mensenmassa die van een voorstelling terug kwam. Dat was wel even spannend, gelukkig raakten we niemand kwijt. Het Venetian was het echter beslist waard. Wat een prachtig hotel! Alles is er zoals in Venetië: de straatverlichting, de terrasjes, de grachten en zelfs gondels erin. De grande finale werd gevormd door het San Marcoplein: super, super, super! Alleen de duiven ontbraken.
Wat ons opviel was dat het er krioelde van de dik opgemaakte Amerikaans meisjes in strakke, korte, glanzende jurkjes, met lang, goed gestyled haar en hele, hele, hele hoge hakken. Het was niet helemaal duidelijk wat dit nu waren: meisjes die gezellig een avondje uit waren met elkaar of ..........? Een groepje van deze dames vroeg aan Max: 'Will you take our picture, sweetie?'. Max heeft veel belangstelling van de vrouwen hier. We denken dat dit komt door zijn nieuwe kapsel: de spikes. Ze zijn wel een beetje moeilijk in stand te houden met deze warmte. In de loop van de dag veranderen de stekels, ondanks dat Max de extra sterke gel van Erik gebruikt (Erik heeft zijn haar gemillimeterd en het toch niet meer nodig) in een borstelkop. Max zet dan maar zijn petje op, wat hem overigens ook goed staat.
Inmiddels was het al 23.00 uur en was vooral Simon erg moe. We besloten dan ook de Stratospere (een toren waar je prachtig uitzicht hebt over de stad) te laten voor wat ie was. Wel erg jammer. Behalve Erik, die achter bleef om nog wat foto's te maken, stapte het gezelschap weer in de bus en reden we naar het hotel voor onze laatste nacht in Las Vegas.
Naar Las Vegas
Vandaag hadden we weer een reisdag voor de boeg. Rond een uurtje of half tien verlieten we het heetste plekje op aarde op weg naar Las Vegas. Onderweg stopten we nog even om van het uitzicht over Death Valley te genieten bij Dantes View. Daar reden we naar toe via een lange, smalle weg met op het eind enge haarspeldbochten. Gelukkig trok de bus het. Dit uitzichtpunt ligt een behoorlijk stuk boven de bodem van de vallei, waardoor het er wat frisser was. Het voelde desalniettemin als een sauna. Toch was het zeer de moeite waard. Er vlogen allemaal libelles rond (wat wel een beetje akelig was) en er was ook een ravijn, maar het landschap was overweldigend prachtig en het was er superstil.
De weg naar Las Vegas was lang en recht-toe-recht aan. Erik lag achter in de bus te slapen, die was inderdaad om 4 uur opgestaan om de zonsopgang te fotograferen en nog wat andere plekjes te bezoeken. David maakte een prachtige tekening in zijn vakantieboek van Dolfje Weerwolfje en Simon bestudeerde samen met oma Alice gedetailleerd de kaart.
Tegen 13.00 uur kwamen we in Las Vegas aan. Daar was het ook wel warm, maar was het goed uit te houden. De kamers in het Desert Rose Inn bleken meer dan geweldig. We hebben ieder een slaapkamer met een enorm bed, maar ook een keuken met alle apparatuur (zelfs een blender) en maar liefst twee tv's, één in de woonkamer en één in de slaapkamer. De bank in de woonkamer kun je uitrekken en er een driepersoons bed van maken. Heel, heel luxe allemaal.
Na en kopje koffie (gratis te pakken in de lobby) reden we naar het outletcentre. Max had zich daar al de hele reis op verheugd en nog helemaal geen geld uitgeven aan prullaria om maar zo veel mogelijk te kunnen besteden in de outlet. We bezochten achtereenvolgens de Nike store, de Timberland winkel en het Adidas outlet. Na bijna drieëneenhalfuur keerden we bepakt en bezakt wer terug naar de auto. Simon was het ondertussen al erg beu, hij houdt niet van kleding kopen. Maar de belofte dat we na een bezoek aan de supermarkt eigengemaakte spagetti zouden koken maakte veel goed.
De supermarkt die we op de heenweg naar het outletcentre hadden gezien, de Whole Foods, bleek een biologisch dynamische supermarkt. Geen cola te krijgen, wel allemaal heerlijke verse groentes en verantwoord vlees, maar ook ecologische T-shirts, bio-zeepjes en enorme bakken met gedroogde (peul)vrchten. Het rook heerlijk in de winkel. We sloegen voor twee dagen in.
Thuisgekomen bereidde Erik het eten en deden we de was in het laundryhok. Na de superlekkere maaltijd (spagetti) tolden we allemaal het bed in.
Death Valley
Vanochtend begonnen we, na een zéér karig ontbijt (alleen koffie, melk, rice crispies en voorverpakte muffins) met een bezoekje aan bakkerij Erick Schat, vlak bij ons hotel. Erick Schat is een Nederlandse bakker die in Bishop een bakkerzaak is begonnen. In de winkel rook het heerlijk en zagen we allerlei broden. Echter, een bruine knip gesneden of een donker Allison of een boerentarwe vonden we niet. Wel een grote trommel met kleine spritsen. Die hebben we (samen met wat kaas-hete-peper-broodjes) tot grote vreugde van Simon, gekocht. Simon is dol op sprits en deze smaken precies zo als van de Utrechtse bakker Boonzaaijer. Vervolgens reden we, via de Alabama Hills, linea recta naar Furnace Creek. De Alabama Hills zijn een ruig landschap niet ver buiten Bishop en zijn de plaats waar veel beroemde films zijn opgenomen, zoals bijvoorbeeld How the West was won.
Het landschap waarin we reden werd steeds droger en ruiger. Tussen San Francisco en Death Valley liggen maar liefst vier begketens die je over moet om er te komen, dus de regen uit het westen bereikt de Valley bijna nooit. Bovendien ligt de bodem van Death Valley 80 meter onder zeeniveau, waardoor de wind er als het waren overheen blaast. Tel daar nog eens bij op dat de bodem grotendeels bestaat uit een zoutvlakte (heel vroeger was het een meer dat nu totaal is ingedroogd) waarvan het wit de zonnenstralen weerkaatst, dan snap je de namen Furnace en Stovepipe. De hoogst gemeten temperatuur in Death Valley ooit gemeten is 56 graden Celcius in de schaduw. Gelukkig was het toen wij er waren slechts een kleine 50 graden Celcius (122 Fahrenheit). Bernard en Erik zijn onderweg een heel aantal keren uitgestapt om foto's te maken. Bij de zandduinen, bekend uit de Star Warsfilm deel 4 (a new hope) wilde David ook graag mee en op de foto. Dat was héél zwaar. Bernard heeft hem het laatste stukje op de schouders moeten dragen en totaal verhit klom hij weer terug in de bus. Wat waren we blij met de airco (zonder is overigens ook niet te doen, je wordt compleet geroosterd).
Ons hotel lag bij een échte oase in de woestijn, compleet met palmbomen. Na het uitladen van de koffers en het sjouwen naar (alwéér) de tweede verdieping, moesten we echt eerst even afkoelen en uitrusten. Vervolgens gingen Erik, Alice, Max en Bernard op pad en besloten David en Simon een Tom & Jerry filmpje te kijken op de laptop (terwijl Brigitte een dutje deed) en daarna het zwembad in te duiken. Het water uit het zwembad komt uit de bron van de oase en is dus heel lauw, warm zelfs, maar wel lekker om in te zwemmen. Het was een vreemde gewaarwording als je uit het zwembad kwam dat je het in eerste instante koud had. Koud op het heetste plekje op aarde! That's weird. Maar dat het duurde niet lang. Het werd weer heet en het bleef heet, heet, heet. Alles wat van metaal was, de klink van het poortje naar het zwembad, de railing van het zwembadtrapje en zelfs het metalen omhulsel van het fototoestel waren gewoon te heet om vast te pakken. Bernard vertelde dat hij het stuur van onze bus eerst had moeten koelen met water voordat hij het vast kon pakken om weg te kunnen rijden.
De tocht van Bernard, Alice, Erik en Max leidde naar de heetste en laagsgelegen plekjes in de buurt. Eerst gingen we naar Badwater, het laagstgelegen punt in Death Valley. Dit punt ligt zo'n 80 meter onder de zeespiegel. Naast het vele zout is hier ook wat (grond)water aan de oppervlakte te vinden. We hebben nog een poging gewaagd om een stukje op de zoutvlakt te lopen, maar naar een paar honderd meter was het niet meer uit te houden en zijn we maar snel omgedraaid. Vervolgens gingen we door naar, ondernemend als we zijn, naar de 'Devils Golf Course'. Dit is een plek midden op het zoutmeer dat je met de auto kon bereiken. Dat de weg er naar toe niet echt goed te noemen was, namen we (behalve Alice) voor lief. Schuddend en hotsend legden we de 1,5 mile in slakkentempo af. Eenmaal aangekomen snel naar buiten (heet, heet, heet), de omgeving bewonderen en fotograferen en weer snel weg, Op de terugweg begrepen we ineens waarom wij de enige bezoekers van dit fenomeen waren. Als laatste hebben we de Artist Palette Drive gedaan: een mooie tocht door de bergen waar deze uit een verscheidenheid van kleuren en vormen bestond. Geweldig gewoon. Daarna was het ook wel genoeg geweest en zijn we terug gegaan naar Furnace Creek.
Bij terugkomst in het hotel maakte Erik een heerlijke salade en aten we een snel broodje, om vervolgens weer in de bus te springen om de zon onder te zien gaat in de woestijn. Helaas waren we net te laat, de zon zat al achter de bergen. Het was nog steeds wel een mooi gezicht, maar het prachtige rood oplichten hebben we niet gezien. Erik besloot om morgenochtend om 4 uur op te staan om in ieder geval de zonsopgang wel te kunnen fotograferen.
Terug in het hotel keken we een rond in het souvenirwinkeltje, kochten een paar T-shirts en koelkastmagneetjes en sloten de avond af met wederom een lauwe duik in het zwembad en lui liggen in de aircogekoelde kamers.
Naar Bishop
Vanochtend deden we een beetje rustig aan bij het uitchecken. We hadden een reisdag voor de boeg. In kilometers is het niet zo heel erg ver van El Portal naar Bishop, maar het is wel zo’n vier uur rijden, vanwege de bochtige wegen dwars door Yosemite. Gelukkig zouden we onderweg allerlei mooie uitzichten en prachtige landschappen zien. Eigenlijk valt er over de tocht weinig te schrijven; de foto’s spreken voor zich. We zijn in totaal wel zo’n vijftien keer gestopt om van het mooie landschap te genieten of lekker bij een meertje te zitten. Het mooiste uitzicht, weer op Half Dome, maar nu van de andere kant, was bij Olmsted Point. Olmsted is de ‘landscape architect’ die ook het Central Park in New York heeft ontworpen.
Geluncht hebben we bij het Mono Lake, het meest bijzondere meer dat we tot nu toe hebben gezien. Het water in het meer is tamelijk zout, waardoor het een bijzondere flora en fauna heeft. Heel bijzonder zijn de broze rotsen die boven het water uitsteken. Vroeger lagen ze onder de wateroppervlakte, maar het waterpeil is sinds de helft van de vorige eeuw sterk gedaald omdat de stad Los Angeles het water uit de rivieren die het Mono Lake voeden gebruikte voor drinkwater. Nu ze daarmee hebben moeten stoppen daalt het peil niet meer, maar wordt het meer wel nog steeds zouter.
Toen we uit de auto stapten bleek het er bloedheet. Het is erg jammer dat we geen temperatuurmeter in de auto hebben, maar volgens David was dit het heetste dat hij ooit had meegemaakt. We besloten eerst een broodje te eten bij de picknickgelegenheid op de parkeerplaats en dan rustig de mijl naar het meer zelf te lopen. Er stond wel een briesje, maar we zweetten flink. Iedereen smeerde zich in met een hoge factor, maar na het uurtje aan het meer waren we toch allemaal wat gekleurd. De zon is hier heel sterk. Rond het meer krioelt het van de kleine zwarte vliegjes. David en Simon vonden het erg leuk om die op te jagen. Maar verder ook hier: over het Mono Lake valt niet veel te vertellen, zie de foto’s.
Na de lunchstop was het nog ruim 90 km naar Bishop. Het ging wel lekker snel, het was een heerlijke vierbaans snelweg. Iedereen, behalve Erik de bestuurder, zat een beetje te doezelen in de auto. Aangekomen bij het Days Inn hadden we een beetje een deja-vue gevoel. Wat lijken die lodges toch allemaal op elkaar! Omdat we in het vorige motel geen internet hadden, logden we hier snel in om te kijken of Wilfred en Sajida al en reactie hadden gegeven op ons reislog. Helaas.
De jongens gingen lekker een poosje tv kijken (Spongebob) en speelden een spelletje (reis)monopolie en Bernard, Erik en Alice togen naar de supermarkt. Morgen, in Furnace Creek in Death Valley, het op één na heetste plekje op aarde, schijnt er niets te zijn, aldus Alice. We moeten in ieder geval veel water meenemen........
Naar El Portal
Het leuke van onze lodge in Oakhurst was, was dat we voor het eerst een ontbijt erbij haden. Om half acht stonden we al in de rij voor koffie, muffins, toast, ontbijtgranen en vooral het wafelapparaat. Er stonden plastic bekertjes met beslag klaar om zelf wafels te kunnen bakken. Het resultaat was een wafel die smaakte naar pannenkoek. Heel lekker!
Vervolgens pakten we de bus in en begonnen onze tocht naar El Portal. Eerst brachten we een bezoekje aan het dorp Wanona, wat echt hartstikke leuk was. Het is een dorp in cowboy stijl, net zoals de mensen een eeuw geleden leefden. We maakten een ritje met een paardenkoetsje en onze 'chauffeur' vertelde ons er alles over. Naast het dorpje ligt het beroemde Wanona Hotel, waar beroemde mensen als Kennedy en Roosenvelt hebben gelogeerd. Ook maakte de smid van het dorp een brievenopener voor ons. We vervolgden onze weg naar El Portal via het Glacier Point, waar we een prachtig uitzicht hadden op de enorme berg Half Dome.
Iets verderop konden we een 'hike' (wandeling met hindernissen) doen naar een ander uitzichtpunt. Hiervandaan zouden we een mooi uitzicht hebben op de rots 'El Capitan. Het was een stevige maar mooie wandeling. Gelukig was de beloning er ook naar: het uitzicht was schitterend. Erik heeft het zelfs aangedurfd om dicht bij de rand te poseren. Brrr. Eén verkeerde stap en hij zou een kleine kilometer naar beneden vallen. Na deze enerverende wandeling, gingen we op weg naar het (afgelegen) Hotel.
Nadat we waren ingecheckt bij de Cedar Lodge, een prima motel overigens, met hele ruime kamers, besloten we de groep op te splitsen. David en Simon en Brigitte zouden gaan zwemmen en lezen en Bernard, Erik, Max en Alice gingen de Valley verkennen. Brigitte is het boek 'In alle staten', het Amerika van Max Westerman' aan het lezen en weet inmiddels al een heleboel over de Amerikanen. Er zijn er ruim 300 miljoen van, ze staan gemiddeld 15.000 dollar in het rood op hun creditcards en 1% van de Amerikanen bezit bijna 40% van het te besteden geld in het land. Overigens merken wij helemaal niéts van de creditcrisis hier, ook niet van die in Nederland overigens. In Cedar Lodge is ongeveer drie kwart van de gasten Nederlands.
Het verkennen van de valley bestond uit het bewonderen van 'El Capitan' vanaf beneden. Nu was ie nog indrukwekkender. Daarnaast hebben we nog een wandeling naar de bruidsluier gemaakt: een mooie hoge waterval. En natuurlijk veel foto's gemaakt. Het is er allemaal zo mooi dat je wel elke 100 meter wilt stoppen voor die ene mooie foto.
Naar Oakhurst
Vandaag alweer tamelijk vroeg op omdat we een onze eerste reisdag met de auto voor de boeg hadden. We zouden van San Francisco naar Oakhurst, nabij het Yosemitepark rijden, een rit van een kleine 300 km. Na het ontbijt pakten we al onze koffers en zaten we rond half negen in onze 'van'. In San Francisco was het wederom druilerig, maar al snel nadat we de stad uit reden klaarde het weer op en werd het zonnig.
Nadat we even hadden moeten zoeken (de man van het touristinformation adviseerde ons de tom-tom uit te schakelen) vonden we ons motel, de Comfort Inn. We konden er helaas nog niet in: de kamers waren nog niet schoon. We hadden gemeerde broodjes bij ons voor de lunch en dachten een leuk plekje te vinden op een bankje in de schaduw om ze op te peuzelen. Maar de Amerikanen zijn niet zo van de raststättes, men luncht binnenshuis. Overigens is dat qua temperatuur wel begrijpelijk. Inmiddels was het zo heet geworden dat het zelfs in de schaduw niet erg prettig was. En wij hadden allemaal onze lange broeken van San Francisco nog aan......... Er werd dan ook besloten om de broodjes te laten voor wat ze waren en te gaan lunchen bij Jack in the Box, een hamburgerketen. En wat we hadden gezien op aanplakbiljetten klopte: een frisdrank (met zo veel refill als je wilde), een hamburger, een taco én friet voor slechts $ 2,99. We waren dus voor het hele gezelschap klaar voor zo'n € 17,-! En het eten was even lekker als bij de andere snackspecialisten!
Na de lunch brachten we een bezoek aan de Saveway supermarkt en toen was het tijd om naar het motel te gaan. Hele mooie, ruime kamers, koelkast én een zwembad. De jongens hadden zin om er direct in te duiken, maar we besloten toch eerst nog naar het Yosemite Park te rijden. We blijven maar één nacht in Oakhurst en anders hebben we morgen zo'n druk programma.
Onderweg naar het park zat Alice ons een beetje bang te maken voor de beren die er in het park leven. Bij veel gebouwen in deze streek staan ook beelden van beren, dus we geloofden haar. Wat moet je doen als je een beer tegen komt? Hem niet in de ogen kijken, niet wegrennen en vooral veel lawaai maken. En geen eten mee nemen in het park. We zouden een uitgebreide instructie krijgen bij binnenkomst in het park, aldus Alice.Het viel allemaal erg mee, er was geen instructie en geen beer te bekennen.
Het park was zonder meer prachtig. Alle bomen waren hoog en sommige daarnaast ook nog heel erg dik. We hebben niet de hele wandeling gedaan, maar wel een paar hele mooie exemplaren gezien (zie foto's). Ook waren er kleine, grijze eekhoorntjes en mooie planten en vogels. En het was er héél stil.
Vervolgens reden we naar een heel oud dorpje in het park. Het zag er hartstikke leuk uit, maar omdat het al half zeven was, besloten we dat we er morgenochtend gelijk naar toe te rijden. Max, Simon en David wilden nog zwemmen voordat het donker zou worden.